België - Nederland. Glazeniersateliers

Dit artikel is ontleend aan de KADOC Nieuwsbrief 2020-5, Universiteit Leuven

(https://kadoc.kuleuven.be/6_nieuwsbrieven/enbr)

Bij het begin van de negentiende eeuw was de traditie van het gebrandschilderde glasraam, zoals die een hoogtepunt had bereikt in de middeleeuwse kathedralen, op sterven na dood. In Nederland en België zorgden de ateliers Nicolas en Capronnier voor een ommekeer. Beide ateliers werkten ook voor buitenlandse opdrachtgevers. Zo was Nicolas onder andere actief in België en Capronnier in Nederland. We tonen hier een selectie van dat werk ‘over de grens’.

Met de pauselijke bul Ex qua die in 1853 werd de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland hersteld. Dat luidde een bloeiperiode in voor de kerkelijke architectuur. De glazeniersfamilie Nicolas nam daar een leidende rol in. Door de samenwerking tussen Frans Nicolas (1826-1894) en architect Pierre Cuypers sr. (1827-1921) kon het Roermondse atelier uitgroeien tot het grootste glasschilderatelier in Nederland. Het atelier deed veelal beroep op ontwerpers van buitenaf, één van die kunstenaars was Jos. Stahl. Hoewel hij voor velen een onbekend kunstenaar is, bouwde hij een groot oeuvre op. Zijn werk kent onder meer verspreiding in Nederland, België, Groot-Brittannië, Indonesië en de Verenigde Staten. Het atelier Nicolas bleef drie generaties lang in handen van de familie, met Joep Nicolas als bekendste telg. Vanaf 1940 werd het bedrijf geleid door Max Weiss, op dat moment de voornaamste medewerker van het atelier.

 

In het pas opgerichte koninkrijk België was het Brusselse atelier van Jean-Baptiste Capronnier (1814-1891) een van de belangrijkste, zoniet de belangrijkste pionier van zowel de herleving van het gebrandschilderde glasraam in de negentiende eeuw, als van de restauratie van het historische glasraam. Zijn werk genoot een goede reputatie in heel West-Europa, getuige daarvan zijn opdrachten in Duitsland, Engeland, Frankrijk en Nederland.

Capronnier was zelf een verdienstelijk ontwerper, maar verzocht ook vaak de grote historieschilders van zijn tijd – zoals François-Joseph Navez, Charles Degroux en Constantin Meunier – om de ontwerpen op schaal in detail uit te tekenen op ware grootte van de te produceren glasramen. Op basis van dat karton gingen de ambachtslieden van het atelier aan de slag om het glasraam in verschillende fasen te realiseren.

Na het overlijden van Jean-Baptiste Capronnier zette zijn zoon Jules-Adrien (1838-1914) in samenwerking met de cartonnier François-Ambroise Comère het atelier verder tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het atelier ontwierp zeker voor vijftig kerken of kapellen in Nederland glasramen.

Voor een aantal van zijn Nederlandse projecten werkte Jean-Baptiste Capronnier samen met de Bossche restauratie-architect Lambertus Hezenmans (1841-1909), collega en vriend van Pierre Cuypers. 

 

De tekeningen – schetsen, voorontwerpen en presentatietekeningen op schaal, ontwerp- en werktekeningen op uitvoeringsgrootte – zijn de grote blikvanger in de archieven van deze glazeniersateliers en laten toe het ontwerpproces te reconstrueren. Van de schetsen en ontwerpen op schaal weet je nooit zeker of ze ook werden uitgevoerd. Als een – meestal mooi ingekleurde – presentatietekening de gesigneerde goedkeuring draagt van de opdrachtgever, de controlerende commissies en de subsidiërende instanties, kan je ervan uitgaan dat dit finale ontwerp werd uitgevoerd. Een karton – ontwerptekening op ware grootte – impliceert met vrij grote zekerheid dat het glasraam werd gerealiseerd en als dit kwetsbaar erfgoed nu niet meer in situ te vinden is, documenteert het karton de vormelijke schoonheid en inhoudelijke betekenis van wat er ooit was.

 

[KADOC-KU Leuven, Archief Atelier Capronnier, 1829-1910;
Sociaal Historisch Centrum voor Limburg - Gemeentearchief Roermond, Archief van de NV Glasschilderkunst F. Nicolas en zonen, sedert 1940 Max Weiss te Roermond, 1881-1972 (1988)]